Opleiding Reichiaans Ademwerk

 INHOUD VAN DE OPLEIDING
 

Het werken met de verschillende basiselementen van het Reichiaanse werk:


BASISELEMENT 1 REICHIAANS ADEMWERK

Alle aspecten van deze vorm van ademwerk komen aanbod, zoals o.a. het principe opladen/ontladen. Maar in het bijzonder die van het bevrijden van de adem en spierpantsers

 

BASISELEMENT 2 REICHIAANS LICHAAMSWERK

Dit lichaamswerk speel een belangrijke rol in de opleiding. Het is niet alleen belangrijk voor de client, maar ook voor de therapeut-in-opleiding. Het lichaam is namelijk het resonantieveld dat je in staat stelt waar te nemen wat er gebeurt.

 

BASISELEMENT 3 DE DRIETRAPSRAKET

Het werkgebied van Reichiaanse werk bestaat uit drie stadia, namelijk het doorgaande ademen- in beweging komen -en expressie geven. Dit betekent in de praktijk, dmv intensief ademen weer in contact komen met gevoelens en daar expressie aan te geven door middel van het lichaam te bewegen en er geluid bij te maken

 

BASISELEMENT 4 SPIERPANTSERS

Onder spierpantsers verstaan we spieren die chronisch gespannen zijn. Zij vormen een belemmering voor energiedoorstroming. In de opleiding leer je pantsers te observeren; waar houdt de client zichzelf vast, waar is hij niet aanwezig, waar probeert hij contact te vermijden.

 

BASISELEMENT 5 DE SEGMENTEN

Dit zijn de verschillen gebieden in het lichaam waar de chronische spierpantsers zich hebben vastgezet. Je leert met behulp van reichiaans lichaamswerk en het gebruik van speciale muziek de verschillende segmenten te openen.

 

BASISELEMENT 6 DE KARAKTERSTRUCTUREN

In de opleiding wordt de theorie en de praktijk van de karakterstructuren uitvoerig behandeld. Het is de verbindende factor in het Reichiaanse werk. Een karakterstructuur is een strategie. Deze strategie ontstaat in de kindertijd. Zij bestaat voornamelijk uit pogingen om met de buitenwereld in contact te treden en tegelijkertijd de mogelijkheid open te houden om er aan te ontsnappen.

 

Verder zal ook veel aandacht gegeven worden aan de volgende therapeutische technieken:

 

OVERDRACHT EN TEGENOVERDRACHT

Het herkennen van overdracht en tegenoverdracht gevoelens. Als therapeut en cliënt samen aan het werk gaan, ontwikkelen beiden gevoelens naar elkaar toe. De gevoelens van cliënt naar therapeut noemen we overdrachtsgevoelens. De cliënt ervaart de therapeut zoals hij belangrijke personen uit zijn verleden ervoer in vergelijkbare (spanningsvolle) situaties. De gevoelens van therapeut naar de cliënt noemen we tegenoverdracht. Overdracht en tegenoverdracht geschiedt bijna altijd vanuit de client en de therapeut zijn dominante karakterstructuur.

 

BASISAANNAMES

Het werken met basisaannames. Aannames zoals 'ík ben niet goed genoeg' of 'echte mannen huilen niet',enzovoort . Basis aannames zijn veronderstellingen. Zij gaan nooit over de werkelijkheid, maar meer over wat wij als werkelijkheid beschouwen. Maar als we er echt in geloven blijken zij vaak werkelijkheid te worden.

 

EVOCATIEVE MUZIEK.

Het gebruik maken van evocatieve muziek. Dit is muziek die de psyche in beweging kan brengen. 

 

SUPERVISIE

Het onder supervisie begeleiden van Reichiaanse sessies met eigen clienten